- Ik denk na over wat ik gisteren heb meegemaakt en wat dat heeft kunnen veroorzaken.
- Ik neem een koffie en de dag gaat verder.
- Ik zie het als een signaal dat er iets niet in orde is.
- Ik plan mijn dag zo in dat ik me veilig voel.
- Ik negeer het - meestal gaat het voorbij.