- Ik begin het verschil tussen werk en plezier uit te leggen.
- Ik vraag me af of hij eigenlijk gelijk heeft.
- Ik voel me schuldig, maar ik probeer het te verbergen met een grap.
- Ik antwoord streng – ik ben een ouder en ik bepaal de regels.
- Ik zal dit gebruiken als een kans voor een gezamenlijk gesprek.