- Ik kijk wat daar groeit, neem een paar dingen mee en bedank.
- Ik begin te plannen aan wie ik de overtollige spullen zou kunnen geven.
- Ik neem alleen wat ik ken en weet dat ik zal gebruiken.
- Ik kijk ernaar uit, maar waarschijnlijk ga ik daar niet meteen heen.
- Ik stel voor dat we de tuin samen verder kunnen ontwikkelen.