- Ik moet het opschrijven of schetsen.
- Ik creëer meteen iets, zelfs van het papier op de tafel.
- Ik deel het met iemand – inspiratie moet verspreid worden.
- Ik laat het een tijdje in mij rijpen, daarna handel ik.
- Ik zal ontdekken waarom het me eigenlijk geïnspireerd heeft - wat heeft het in mij teweeggebracht?