- Je zult nadenken over wat hem daartoe heeft geleid.
- Je voelt meteen de behoefte om het te repareren.
- Je glimlacht en verandert het onderwerp.
- Je zegt dat iedereen recht heeft op zijn mening, maar het maakt je een beetje van streek.
- Je bevriest en in je hoofd sorteer je of je hem als "probleemkind" moet indelen.