- Ik begin te observeren hoe anderen zich gedragen.
- Ik zoek iemand die tenminste iets kan begrijpen van wat ik zeg.
- Ik raak in de war, maar daarna probeer ik iets te creëren - bijvoorbeeld een afbeelding of een gebaar.
- Ik ga aan de kant zitten en wacht tot iemand opmerkt dat ik daar ben.
- Ik voel de opwinding van het onbekende en begin aan mijn ontdekkingstocht.