- Eerste indruk - wat me aanspreekt, dat kies ik.
- Gevoel van vertrouwen - als ik het goed aanvoel, ga ik ervoor.
- De ervaring van iemand anders - als het voor hem werkte, misschien ook voor mij.
- Ik moet me dat voorstellen - hoe het mijn leven zou beïnvloeden.
- Het telt ook mee hoezeer het "tegen mijn angst ingaat".