- Ik pak een pen en begin doelgericht te schrijven.
- Ik noteer het – misschien gebruik ik het later.
- Ik begin iets met mijn handen te maken - tekenen, dingen aanpassen.
- Ik creëer ruimte en wacht op wat komt.
- Ik praat erover met iemand - ik heb een spiegel nodig.