- Ik sluit de computer en laat de dingen hun gang gaan.
- Ik plan minstens een basisstructuur, anders zou ik nerveus zijn.
- Ik ga werken aan het project dat ik lange tijd heb uitgesteld.
- Ik neem contact op met vrienden met wie ik al lange tijd niet heb gesproken.
- Ik gebruik de tijd voor educatie of zelfverbetering.