- Ik ben jaloers op hem, maar alleen in stilte - ik weet dat iedereen zijn tijd heeft.
- Ik begin aan mezelf te twijfelen, ook al weet ik dat ik mijn best heb gedaan.
- Het inspireert me - ik beschouw het als een uitdaging.
- Ik kan het niet uit mijn hoofd zetten, ik vergelijk mezelf.
- Ik besteed daar niet veel aandacht aan - iedereen heeft andere omstandigheden.