- Ik wacht tot ik aan het woord word gevraagd.
- Ik heb de neiging om te praten als ik denk dat er stilte dreigt.
- Ik reageer op de non-verbale signalen van anderen.
- Ik probeer de eerste te zijn om de toon van het gesprek te bepalen.
- Ik stap pas in als ik voel dat ik iets kan veranderen.