- Ik zal hem zeggen dat hij zich geen zorgen hoeft te maken, de volgende keer wint hij.
- Ik begin over iets anders te praten, zodat hij afgeleid wordt.
- Ik lach, want verliezen is niets ernstigs.
- Ik laat het zo, laat hem maar boos worden, en dan kom ik weer bij hem terug.
- Ik zal proberen hem een kans te geven om ergens anders te winnen.