Stel je voor dat je in een wonderlijk bos bent en je hebt drie paden voor je. Welke kies je?

  • De weg met hoge bomen, waar eekhoorns springen.
  • Een pad met veel stenen waarover je kunt springen.
  • Een pad met zacht gras, waar je blootsvoets kunt rennen.
  • De weg die omhoog slingert en uitzicht biedt op het landschap.
  • Een weg die als een doolhof is, waar je je moet oriënteren.

7 – 9 jaar: Motorische en cognitieve vaardigheden Beginnen →