- Ik stop en probeer me de weg terug te herinneren.
- Ik begin sporen of tekenen in de natuur te volgen die ons zouden kunnen helpen.
- Ik stel voor dat we in een bepaalde richting bewegen en kijken waar we uitkomen.
- Ik klim op een verhoogde plek om de omgeving beter te kunnen zien.
- Ik blijf kalm en wacht af of iemand in de groep de leiding op zich neemt.