- Ik steun op feiten en bewijs om het recht te zetten.
- Ik zal hem daar rechtstreeks op wijzen en om verduidelijking vragen.
- Ik probeer zijn motivatie te begrijpen en pas mijn aanpak aan.
- Als het niet om iets belangrijks gaat, laat ik het zo, laat hem denken wat hij wil.
- Ik draai het grappig om om de spanning te elimineren.