- Eerst kijk ik wat ik tot mijn beschikking heb en laat ik me inspireren.
- Ik begin meteen met het combineren van dingen die ik tegenkom.
- Eerst teken ik een plan of denk ik het na.
- Ik vraag mijn klasgenoten wat hen te binnen schiet en voeg me bij het idee.
- Ik zoek een manier om iets nuttigs te creëren.