- Eerst zou ik proberen zijn mening te begrijpen, en daarna zou ik hem mijn visie uitleggen.
- Ik zou proberen gemeenschappelijke punten te vinden waar we het over eens zijn.
- Ik zou feiten en voorbeelden gebruiken die mijn mening ondersteunen.
- Ik zou hem niet willen dwingen, maar ik zou hem de ruimte geven om over mijn argumenten na te denken.
- Ik zou tegen hem zeggen dat we het niet eens hoeven te zijn, maar dat we van gedachten kunnen wisselen.