- Ik blijf bij hem en probeer hem op een geweldloze manier aan te moedigen.
- Ik stel voor dat we samen iets ondernemen, zodat hij daar niet aan hoeft te denken.
- Ik laat het zo, als hij niet wil praten, is dat zijn zaak.
- Ik zal proberen hem indirect te vragen om te ontdekken wat er aan de hand is.
- Ik zoek iemand anders die hem kan helpen.