- Ik vraag hem subtiel of alles in orde is.
- Ik wacht tot hij zich zelf aan me toevertrouwt.
- Ik zal het tegen iemand zeggen die hem zou kunnen helpen.
- Ik stel voor om samen iets te doen, zodat hij niet alleen is.
- Ik negeer het, iedereen heeft af en toe een slechte dag.