- Ik vraag hem gewoon wat hij denkt.
- Onopvallend geef ik hem ruimte om zich te kunnen mengen.
- Ik laat het aan hem over, als hij wil praten, zal hij zelf wel komen.
- Ik verander het onderwerp naar iets neutraler, zodat hij/zij zich comfortabeler voelt.
- Ik zal proberen hem te boeien met een vraag die hem kan aanspreken.