- Ik observeer vaak gezichtsuitdrukkingen en gebaren om de stemming beter te begrijpen.
- Ik negeer haar, ik concentreer me vooral op de woorden.
- Ik ben me ervan bewust, maar ik vertrouw meer op mijn intuïtie.
- Ik gebruik vaak bewust non-verbale communicatie om mijn woorden te versterken.
- Ik kan het niet altijd goed beoordelen, soms maak ik fouten daarin.