- Ik laat hem zien dat falen een onderdeel van leren is en dat het belangrijk is om door te gaan.
- Ik help hem kleine doelen te stellen, zodat hij zelfvertrouwen kan opbouwen.
- Ik ondersteun hem, maar ik laat hem de dingen zelf oplossen.
- Ik herinner hem eraan dat hij moet afmaken wat hij is begonnen, ook al is het moeilijk.
- Als hij iets niet kan, help ik hem liever, zodat hij zich geen zorgen maakt.