- Ik doe niets speciaals, ik concentreer me gewoon op het gesprek.
- Ik mediteer of neem korte ademhalingspauzes om mezelf te kalmeren.
- Ik ga mijn aantekeningen door en denk na over wat ik wil zeggen.
- Ik praat met iemand dichtbij om tot rust te komen.
- Ik probeer zo goed mogelijk voorbereid te zijn, zodat ik zelfverzekerd ben.