- Je gaat wandelen naar een plek die je niet kent.
- Je begint met opruimen om je gedachten te ordenen.
- Je trekt een oud dagboek of boek tevoorschijn dat je lange tijd niet hebt gelezen.
- Je begint iets te creëren - tekenen, schrijven, iets met je handen maken.
- Je gaat gewoon zitten en laat je meeslepen door je eigen gedachten.