- 's Ochtends, meteen na het wakker worden.
- Voor de lunch, wanneer ik tijd heb om te werken en me kan concentreren.
- Als ik een pauze neem en daarna terugkom met frisse ideeën.
- In de namiddag, wanneer ik me al ontspannen voel.
- Avond, wanneer ik me kan concentreren op de details en inhalen wat ik overdag niet heb kunnen doen.