- Ik omhels hem en laat hem vertellen wat hij voelde.
- Ik zal hem uitleggen hoe hij zich de volgende keer moet gedragen.
- Ik kalmeer hem snel en leid zijn aandacht af.
- Eerst word ik boos, daarna kalmeer ik.
- Ik gebruik de situatie als training voor zelfstandigheid.