- Ik voel druk, maar ik neem de leiding.
- Ik geef ruimte aan anderen, maar ik let op wat er gebeurt.
- Ik vang de sfeer van de groep op en probeer hen in de juiste stemming te krijgen.
- Ik vraag me af of ik liever een stille toeschouwer kan zijn.
- Ik overweeg of de situatie überhaupt mijn tijd waard is.