- Ik neem het ijs, maar de herinneringen blijven koud.
- Ik glimlach en zeg dat vandaag alles vergeven is.
- Dank je, maar ik weiger - ik heb meer tijd nodig.
- Ik begin me af te vragen wat hij sindsdien heeft geleerd.
- Ik beschouw het als een test - maar ik beslis op basis van mijn stemming.