- Ik observeer zijn geur, kleuren en neem hem even waar.
- Ik geniet van de eerste hap, maar de rest eet ik al automatisch.
- Ik eet het zonder aarzeling, ik verdien het gewoon.
- Ik bewaar het – ik wil het beste voor later bewaren.
- Ik eet, maar tegelijkertijd ben ik met iets anders bezig in mijn gedachten.