- Ik trek het door – anders krijg ik spijt.
- Ik overweeg welke van hen ik naar morgen kan verplaatsen.
- Ik zet alles opzij - na zo'n belasting verdien ik het om even uit te schakelen.
- Ik zal er één doen en de anderen bedenk ik morgenochtend met een helderder hoofd.
- Ik schrijf een reflectie – wat heeft me vandaag meer uitgeput dan nodig was?