- Ik kan ze benoemen en beheersen.
- Ik voel ze intens, maar ik weet niet altijd wat ik ermee moet.
- Ik negeer ze en concentreer me op het oplossen van het probleem.
- Ik reageer impulsief, pas later besef ik wat er eigenlijk gebeurde.
- Soms heb ik het gevoel dat emoties me volledig beheersen.