- In staat zijn om fouten toe te geven, maar je er niet door laten breken.
- Een sterke wil hebben en je niet laten beïnvloeden door negatieve emoties.
- In staat zijn om zich aan te passen aan verschillende situaties zonder grote problemen.
- Mensen hebben waarop ik kan rekenen als ik me niet goed voel.
- Weten hoe je kunt ontspannen en niet in paniek te raken wanneer er een crisis komt.