- Ik pas me aan, zulke dingen gebeuren.
- Het irriteert me, maar ik probeer het op te lossen.
- Eerst raakt het me van streek, daarna zoek ik naar nieuwe oplossingen.
- Het gooit me helemaal van de wijs, ik kan me moeilijk concentreren.
- Ik zie het als een kans om iets anders te doen.