- Ik open het raam en kijk waar de zon is.
- Ik controleer of er iemand anders wakker is.
- Ik blijf nog even liggen en wacht tot mijn lichaam me eruit jaagt.
- Het maakt me ongerust - ik moet weten hoe laat het is.
- Ik sta meteen op en begin iets te doen, ik maak me geen zorgen over de tijd.