- Ik neem korte pauzes en focus op mijn ademhaling.
- Ik schrijf de positieve momenten van de dag op.
- Ik wissel de soorten taken af, afhankelijk van mijn stemming.
- Ik maak grappen met collega's, ik zorg voor een ontspannen sfeer.
- Ik probeer het belangrijke van het onbelangrijke te scheiden.