- Ik blijf nog even in bed liggen en wacht af wat de dag zal brengen.
- Ik plan minstens één ding dat ik wil beheersen.
- Ik vlucht naar iets creatiefs dat me blij maakt.
- Ik bel iemand met wie ik wil praten.
- Ik duik in mijn werk of huiswerk om een goed gevoel van prestatie te hebben.