- Ik ga in mijn hoofd na wat ik anders had kunnen doen.
- Ik stuur hem een bericht als ik me heb gekalmeerd.
- Ik zoek iets dat me kalmeert - muziek, natuur, sport.
- Ik duw het opzij - ik wil het niet voelen.
- Ik voel de behoefte om met iemand anders te praten.