- Ik luister aandachtig en probeer zijn gevoelens te begrijpen.
- Ik stel concrete oplossingen voor om hem te helpen.
- Ik troost hem en zeg dat alles goed zal komen.
- Ik vertel hem over een soortgelijke situatie die ik heb meegemaakt.
- Ik heb zin om hem op te vrolijken, zodat hij niet aan de problemen denkt.