- Ik pas me aan en concentreer me op de kleine details die me kunnen vermaken.
- Ik zal een manier vinden om het aangenamer te maken - bijvoorbeeld met muziek of een andere prikkel.
- Ik begin snel onrustig te worden en zoek naar een uitweg.
- Als ik weet dat het zin heeft, kan ik het zonder problemen aan.
- Hoe vermoeider ik ben, hoe moeilijker het voor mij is om iets eentonigs te verdragen.