- Fysieke activiteit – hardlopen, sport, wandelen.
- Gesprek met een dierbaar iemand die me begrijpt.
- Muziek, film, boek of andere kunst.
- Ik heb tijd voor mezelf nodig en wil me op mijn gedachten concentreren.
- Af en toe grijp ik naar iets ongezonds dat me onmiddellijke verlichting brengt.