- Ik onderdruk mijn vermoeidheid en ben hem/haar een steun.
- Ik stel voor om later een afspraak te maken, als ik meer energie heb.
- Ik laat hem/haar weten dat het me spijt, maar ik heb rust nodig.
- Ik probeer advies te geven en het snel "op te lossen".
- Ik begin woede of schuld te voelen dat ik er niet voor hem/haar kan zijn.