- Ik begin met het plannen van de oplossing - hoe eerder, hoe beter.
- Ik voel me onzeker, maar ik probeer te doen alsof het niet ernstig is.
- Ik reageer snel, vaak zonder na te denken.
- Ik trek me terug en wacht af wat er gaat gebeuren.
- Ik concentreer me op wat ik kan beïnvloeden – de rest laat ik zo.