- Ik voel angst, maar ik probeer de situatie zo snel mogelijk te beëindigen.
- Ik grijp niet meteen in – ik geef hem ruimte en tijd.
- Ik zie het als een signaal dat er iets belangrijks aan de hand is, en ik blijf in zijn nabijheid.
- Ik begin na te denken of ik iets fout heb gedaan.
- Ik kalmeer hem en pas daarna kijk ik wat er aan de hand is.