Je hebt een paar voorstellen klaar, maar bij nader inzien verschillen ze alleen in kleur, tekstlengte of een extra detail. Elk voorstel pakt de opdracht op dezelfde manier aan. Zulke variaties kunnen nuttig zijn bij het aanscherpen van een idee. Maar als je andere mogelijkheden wilt verkennen, kom je niet verder door alleen het eerste idee aan te passen.
Vraag jezelf tijdens het bedenken af wat het voorstel verandert aan iemands gedrag of aan het verloop van een activiteit. Zo kun je een nieuwe aanpak onderscheiden van een volgende versie van hetzelfde idee. Je kunt de onderstaande werkwijze gebruiken voor een werkopdracht, het organiseren van een evenement of een gezamenlijk creatief project.
Ga van het eerste idee terug naar het doel van de opdracht
Begin je met de vraag: ‘Wat voor poster gaan we maken?’, dan zul je waarschijnlijk posters bedenken. Ga daarom eerst na of een poster echt het gevraagde eindproduct is, of alleen het eerste idee om iets te bereiken. Het antwoord bepaalt welke andere mogelijkheden het onderzoeken waard zijn.
Voorbeeldsituatie: Na een creatieve workshop liggen kleurpotloden en viltstiften door elkaar op de tafels. De organisatoren denken aan een grotere mededeling met opruiminstructies. Het doel kan preciezer zijn: ‘Na afloop moeten de materialen klaarliggen voor de volgende workshop en moet het opruimen binnen de beschikbare tijd passen.’ Een mededeling is één manier om dat te bereiken.
Vul voor je eigen opdracht deze zin aan: ‘We willen dat een bepaalde persoon in deze situatie in staat is om…’ Benoem de handeling en de omstandigheden. Een algemene wens als ‘de organisatie verbeteren’ geeft je minder houvast dan een beschrijving van wat deelnemers bij vertrek moeten kunnen doen.
Ga ook na of je de oorzaak van het probleem kent. Deelnemers weten misschien niet waar de materialen horen, maar het kan ook zijn dat ze haast hebben of de afsluitende instructie niet horen. Door kort te observeren en iemand die de materialen gebruikt iets te vragen, ontdek je mogelijk op welk deel van de situatie je je moet richten.
Scheid vaste voorwaarden van de gebruikelijke aanpak
Noteer voordat je mogelijkheden gaat bedenken wat er wel kan veranderen. Bij de workshop kunnen de eindtijd, de ruimte en het aantal organisatoren vaststaan. De plek van de bakken, de manier waarop de materialen worden verdeeld of de afsluitende werkwijze kunnen misschien wel veranderen. Zo krijg je concrete ruimte om ideeën te ontwikkelen.
Vraag bij elke beperking waar die vandaan komt en wie haar kan bevestigen. Een eis van de opdrachtgever, de beschikbare middelen en ‘zo doen we het altijd’ wegen niet hetzelfde. Een vaste werkwijze kan een goede reden hebben. Zoek die uit voordat je besluit haar te behouden of te veranderen.
Als de opdrachtgever uitsluitend een voorstel voor het labelen van de bakken nodig heeft, houd je dan aan die afbakening. Ook daarbinnen kun je verschillende manieren onderzoeken om mensen wegwijs te maken, zoals tekst, een afbeelding van de inhoud of een voorbeeld van hoe iets wordt opgeborgen. Bespreek eerst of je de opdracht mag uitbreiden naar het hele verloop van de workshop.
Verander een wezenlijk onderdeel van de oplossing
Beschrijf het eerste idee in één zin: ‘Met een mededeling leggen we deelnemers uit waar ze de materialen moeten terugleggen.’ Verander daarna één onderdeel van deze aanpak. Kies om te beginnen een vraag die bij de opdracht past; je hoeft niet alle mogelijkheden langs te gaan.
- Wat kan iemand tijdens de activiteit direct op weg helpen? Onderzoek de inrichting van de ruimte, een zichtbaar voorbeeld of een aanduiding op de plek waar iets wordt gebruikt. Vraag je af waaraan iemand de juiste volgende stap kan herkennen.
- Kan de volgorde veranderen? Kijk of een deel van de activiteit eerder, gezamenlijk of op een ander moment kan plaatsvinden. Zo kan een voorstel het verloop van het werk aanpassen zonder extra materiaal toe te voegen.
- Kan een stap vervallen? Ga na of er gesorteerd, overgeschreven of gezocht moet worden, terwijl dat met een andere inrichting misschien niet nodig is. Controleer wel of iemand die stap later alsnog nodig heeft.
- Kunnen mensen de taken anders verdelen? Denk na over wie het overzicht heeft en wanneer diegene kan helpen. Benoem ook welk extra werk de nieuwe verdeling voor een bepaalde persoon oplevert.
Schrijf bij elke gekozen vraag een kort voorstel, zonder het al helemaal uit te werken. Eén zin of een eenvoudige schets is genoeg om duidelijk te maken wie wat doet. Ben je al bezig met de definitieve vorm en werk je elk detail uit, ga dan even terug naar de vraag welke andere mogelijkheid je nog wilt verkennen.
Je kunt ideeën later combineren. Bij het eerste verkennen helpt het echter om te weten waarin het belangrijkste verschil van elk voorstel zit. Verander je tegelijk de ruimte, de taken van mensen en de volgorde van activiteiten, beschrijf het voorstel dan zo dat iemand het ook zonder een lange toelichting begrijpt.
Leg ideeën vast zodat de verschillen zichtbaar worden
Gebruik voor elk idee dezelfde opzet: wie doet wat, wat maakt dat mogelijk en wat weet je nog niet? Uit de vragen over de workshop kunnen bijvoorbeeld de volgende opties voortkomen. Of ze bruikbaar zijn, moet nog worden gecontroleerd.
| Voorstel | Hoe het zou werken | Wat je moet controleren |
|---|---|---|
| Duidelijk gemarkeerde plekken voor materialen | Deelnemers herkennen tijdens het opruimen aan een afbeelding op de bak waar een materiaal hoort. | Of ze de bakken kunnen vinden en de afbeeldingen begrijpen. |
| Samen de workshop afsluiten | De organisator reserveert het laatste deel van de workshop om de materialen gezamenlijk terug te leggen. | Of daar tijd voor is en of de organisator dit naast andere taken kan begeleiden. |
| Materialen in sets op de tafels klaarleggen | Deelnemers zetten een complete set op een dienblad terug, zonder de materialen over gezamenlijke bakken te hoeven sorteren. | Of de set geschikt is voor de volgende workshop en eenvoudig te controleren is. |
Het eerste voorstel draait om wegwijs maken, het tweede om het verloop van de activiteit en het derde om de indeling van de materialen. Je kunt het verschil tussen de voorstellen uitleggen zonder dat er al een definitief ontwerp is. Doe dezelfde controle bij je eigen ideeën: kun je in één zin vertellen waarin hun aanpak verschilt?
Gebruiken twee ideeën dezelfde werkwijze en verschilt alleen de vorm, voeg ze dan samen als één mogelijkheid met verschillende varianten. Zo raak je ze niet kwijt en kunnen ze later nog van pas komen bij het aanscherpen. Tegelijk zie je hoeveel wezenlijk verschillende mogelijkheden je daadwerkelijk hebt onderzocht.
Betrek iemand die een ander deel van het probleem ziet
Kom je ondanks deze vragen steeds bij dezelfde oplossing uit, betrek dan iemand die de situatie vanuit een andere ervaring kent. Bij de workshop weet een organisator misschien veel van de voorbereiding, een deelnemer van het gebruik en iemand anders van het opruimen achteraf. Ieder kan een ander deel van het beeld aanvullen.
Leg het doel en de voorwaarden van de opdracht uit. Je kunt de ander eerst een eigen aanpak laten bedenken en pas daarna je eigen mogelijkheden laten zien. Vraag naar concrete ervaringen, bijvoorbeeld: ‘Waar let je op als je de materialen teruglegt?’ of ‘Welk deel van de voorbereiding moet na de workshop opnieuw gebeuren?’
Vraag eerst om uitleg bij een suggestie. Als iemand voorstelt om elke tafel een eigen set te geven, vraag dan wat dat eenvoudiger moet maken. Bespreek daarna pas of er genoeg dienbladen zijn en hoe de materialen kunnen worden aangevuld. Ook als het hele voorstel niet haalbaar is, kan er een bruikbaar onderdeel in zitten.
Noteer bij gezamenlijk ideeën bedenken ook voorstellen waarover jullie het nog niet eens zijn. Maak van een verschil van mening een concrete vraag: ‘We zijn bang dat het controleren van de sets meer tijd kost. Hoe kunnen we nagaan of dat zo is?’ Zo krijg je een aanknopingspunt om verder met het idee te werken.
Kies welke mogelijkheid je verder uitwerkt
Een idee is niet automatisch beter omdat het anders is. Ga terug naar het doel van de opdracht en de vaste voorwaarden. Controleer per mogelijkheid of die het waargenomen obstakel aanpakt, wat ervoor nodig is en welke onzekerheid bepaalt of ze bruikbaar is.
Test het gekozen voorstel vervolgens op een schaal die bij de opdracht past. Bij labels op bakken kun je iemand die het systeem niet kent vragen om de materialen aan de hand van het voorstel op te bergen. Bij sets op tafels kun je één set klaarzetten en controleren. Let op de concrete handeling die het voorstel moet ondersteunen.
Blijkt dat de oorspronkelijke mededeling met een kleine aanpassing volstaat, gebruik die dan gerust. Andere mogelijkheden onderzoeken helpt je om een onderbouwde keuze te maken; het verplicht je niet om het meest ongebruikelijke idee in te voeren. Je kunt ook ontdekken dat het probleem meer tijd, middelen of een duidelijkere opdracht vraagt.
Begin bij je volgende creatieve opdracht met een eenvoudige notitie: wat moet iemand kunnen doen, wat kan veranderen en hoe werkt je eerste idee? Kies daarna één vraag waarmee je de aanpak kunt veranderen en bedenk een andere mogelijkheid. Werk pas aan de details als je kunt benoemen waarin die mogelijkheid verschilt.