- Ik geef om de eerste indruk, meestal stelt het me niet teleur.
- Ik let op zijn details - gebaren, toon van zijn stem, reacties op vragen.
- Ik laat hem praten en pas daarna trek ik mijn conclusie.
- Ik vraag naar feiten, niet naar indrukken.
- Ik vraag iemand die het al kent en vergelijk de meningen.