- Ik heb de neiging om mijn mening te verdedigen, zelfs als ik mijn stem moet verheffen.
- Eerst zwijg ik en kijk ik wat de anderen ervan vinden.
- Ik voel een lichte irritatie, maar ik probeer de reden ervan te begrijpen.
- Ik probeer altijd iets te vinden in zijn voorstel waar ik het mee eens ben.
- Ik begin te analyseren waar onze standpunten uiteenlopen.