- Ik ga een wandeling maken in de natuur, zonder specifiek doel.
- Ik open de computer en begin te werken aan iets dat me enthousiast maakt.
- Ik bel iemand met wie ik dit gevoel wil delen.
- Ik begin te schrijven, te tekenen of te creëren - er is een stroom van energie in mij.
- Ik ga gewoon zitten, adem in en besef dat alles in orde is.