- Ik leun een beetje naar voren en knik zachtjes.
- Ik gebruik open lichaamstaal en houd oogcontact.
- Ik raak de persoon aan (bijv. een zachte tik op de schouder) als het gepast is.
- Ik spiegel haar non-verbale uitdrukkingen om begrip te tonen.
- Ik druk mijn empathie meer verbaal uit dan non-verbaal.