- Ik druk het weg - nu is er geen tijd voor emoties.
- Ik zeg tegen mezelf dat ik er na het werk op terugkom.
- Ik denk even na, maar ik probeer door te gaan met mijn werk.
- Ik stop – soms moet ik het eerst verwerken.
- Ik schrijf het op - ik krijg de gedachten eruit en ga verder.