- Ik ga naar hem toe en nodig hem uit om zich bij onze groep te voegen.
- Ik geef hem de tijd om zich eerst om zich heen te kijken, maar ik let op of hij zich niet eenzaam voelt.
- Als hij me aanspreekt, help ik hem, maar uit mezelf engageer ik me niet echt.
- Ik ben niet zeker hoe ik me tegenover hem moet gedragen, dus vermijd ik liever contact.
- Het is de taak van de leraar, ik bemoei me er niet mee.